Korte verhalen

 

Verhalenbundel ZIEK

In februari 2014 verscheen de verhalenbundel ZIEK van VrouwenThrillers. In ZIEK staan de tien beste korte ziekenhuisthrillers van de schrijfwedstrijd die VrouwenThrillers een half jaar daarvoor uitschreef. Zo ook mijn inzending De Bevalling, waarmee ik de eerste prijs won.
 
 
 
De Bevalling
 
 
@ Marjolein van der Gaag
 
'Je bent er bijna. Ik zie het hoofdje al. Kom op Ramona, persen!'
   Ze dacht dat ze doodging van de pijn. Altijd had ze gedacht dat bevallen niet zo heel veel voorstelde. Iedereen kon een kind baren. In Afrika bevielen vrouwen langs de kant van de weg. Zo zwaar kon het dan toch niet zijn?
   Maar de werkelijkheid was anders. Na twaalf uur weeën opvangen, was Ramona nu al ruim een uur aan het persen. Ze was helemaal aan het einde van haar Latijn. Haar vriend Dirk zat naast haar bed. Hij probeerde haar te kalmeren door over haar arm te aaien. Dat kon ze nog net verdragen. Het washandje waarmee hij haar voorhoofd had geprobeerd te koelen, had ze woest weggeslagen.
   Daar kwam weer een wee. Ze voelde hem aankomen. 'Benen wijd en knieën zover mogelijk optrekken', instrueerde de verloskundige opnieuw. 'En persen maar weer. Kom op!'
   Ramona haalde diep adem. Met een oerkreet, waarvan ze niet wist dat ze die in zich had, voelde ze het hoofdje naar buiten komen. De tranen sprongen in haar ogen. Het leek alsof haar onderkant in brand stond.  
   'Je doet het hartstikke goed schatje. Kom op, volhouden.'
   Met een liefdevolle en tegelijkertijd gespannen blik in zijn ogen keek Dirk haar meelevend aan. Ze keek naar zijn hand, waar haar nagels hun sporen duidelijk hadden achtergelaten. Hij waagde het echter niet daarover te klagen. Gelukkig maar, want die paar krassen op zijn hand stelden helemaal niets voor in vergelijking met wat zij moest doorstaan.
   Ineens gebeurde het. De deur van de verloskamer vloog open. Een blonde man met een verwilderde blik in zijn ogen kwam recht op haar bed afgelopen.
   'Meneer, wat doet u hier?' reageerde de verloskundige perplex. 'U mag hier niet komen. Wilt u onmiddellijk vertrekken?'
   Ook Dirk was opgestaan en liep op de onbekende bezoeker af. Voor hij echter bij hem was, deed de man een greep in de binnenzak van zijn zwarte leren jas. Zonder enige aarzeling zette hij een vuurwapen tegen Dirks voorhoofd.
   'Argghhhh.' Daar kwam de wee. De baby liet zich niet tegenhouden. Ramona gilde het uit. De verloskundige, die aan de grond genageld stond, kon de baby ternauwernood opvangen. Het jongetje, zoals ze al op de twintig weken echo hadden kunnen zien, begon meteen te huilen.
   Naar dit moment had Ramona maanden uitgekeken. Haar kindje tegen zich aan te voelen, in haar armen te sluiten. Maar de bevalling was geëindigd in een ware nachtmerrie.
   Ze staarde van haar kersverse zoontje in de trillende handen van de verloskundige naar de onbekende man, die nog altijd zijn pistool dreigend op Dirk gericht hield. De blik in zijn ogen was kil, berekenend. Wat deed hij hier in godsnaam?
   'Wat is het?' wilde hij weten.
   Toen de verloskundige niet direct antwoordde, richtte hij zijn wapen op haar. 'Nou, zeg op!' Hij praatte met een accent. Ramona vermoedde dat hij uit België kwam.
   'Een jongetje'. De stem van de vrouw trilde. Ze was overduidelijk in paniek en had geen idee wat ze moest doen. Ook de verpleegster, die bij de bevalling hielp en achteruit was gedeinsd in de hoek van de kamer, leek volledig in shock.
   De onbekende indringer keek nu echter tevreden. Een valse grijns verscheen om zijn lippen. 'Een jongen. Mooi. Ik heb altijd al een zoon willen hebben.'
   Het kwartje viel meteen. Deze man wilde haar kind afnemen. Dit kon niet waar zijn.
   Ramona staarde hem met open mond aan. De adrenaline pompte nog altijd wild door haar aderen en haar hart bonkte zo hard dat het voelde alsof haar borstkas ieder moment kon exploderen.
   'Néé!' gilde ze. 'Dit kind is van ons. Je blijft van hem af.'
   De man grijnsde slechts naar haar.
   Daarna richtte hij zijn blik weer op de verloskundige, de loop van zijn vuurwapen van de één naar de ander verplaatsend om te voorkomen dat iemand een poging zou ondernemen hem te overmeesteren. Niet dat Ramona daartoe in staat was, maar voor Dirk lag dat anders. Haar vriend was met zijn bijna twee meter een imposante verschijning. Hij was groter en gespierder dan zijn tegenstander. Maar hij had geen vuurwapen en dat maakte een belangrijk verschil.
   'Krijgt dat kind het niet koud? Doe hem een doek om!' gebaarde de man naar de verloskundige, die de baby nog altijd in haar armen hield. 'Of nee, kleed hem maar meteen aan.'
   De vrouw schudde zenuwachtig haar hoofd. 'Dat gaat niet zomaar. De navelstreng moet nog worden doorgeknipt.'
   De man kneep zijn ogen tot spleetjes. Een ader op zijn slaap klopte wild en verried zijn gespannenheid.
   'Doen. Nu!'
   Gespannen legde de verloskundige de baby op Ramona's buik. Het was het eerste lijfelijke contact van haar met haar kindje. De baby, waar ze zo naar had verlangd en die ze wilde en moest beschermen. Maar die haar dreigde te worden afgenomen door een gevaarlijke gek.
   Ze wilde het huilende jongetje in haar armen trekken en troostend aan haar borst leggen. Maar ze durfde zich niet te bewegen.
   Ramona zag de verloskundige naar de schaar reiken en wierp een blik op Dirk, die met een strak gezicht naast het bed stond. De navelstreng doorknippen. Dat zou hij doen. Daar hadden ze het vooraf uitgebreid over gehad.
   Kennelijk dacht haar vriend daar in deze hachelijke situatie nog steeds zo over en deed een stap naar het bed toe. Vrijwel direct richtte de man zijn wapen opnieuw op hem.
   'Wat denk jij wel niet? Achteruit!'
   De blik in Dirks ogen sprak echter boekdelen. Hij was vastberaden.
   'Ik knip de navelstreng door. Dit is mijn zoon', zei hij met verbazingwekkend vaste stem.
   De man begon echter hysterisch te lachen.
   'Sorry, kerel. Dat heb je helemaal verkeerd. Dit is mijn zoon.'
   Het gebeurde in slechts een fractie van een seconde.
   Dirk deed woest een stap naar voren. De indringer aarzelde echter geen moment. Het wapen ging af. Vrijwel geluidloos. Met een smak vloog Dirk tegen de grond. Bloed spatte in het rond.
   Ramona kromp ineen en gilde. 'Nee!'
   Opnieuw richtte de man zijn wapen, nu op de wit weggetrokken verloskundige.
   'Mond dicht allemaal! Dat krijg je ervan', snauwde hij. 'Doorknippen. Nu!'
   Ramona was volledig in shock. Gebeurde dit echt? In haar ooghoek zag ze Dirk liggen. Bewegingloos. In een grote plas bloed. Was hij dood? Dat kon niet. Dat mocht niet. Wat hadden ze er naar uitgekeken om samen een gezinnetje te stichten.
   Tranen welden op in haar ogen.
   'Iemand moet hem helpen!' schreeuwde ze wanhopig. 'Straks gaat hij dood.'
   De indringer keek haar slechts met een stoïcijnse blik aan.
   'Hij vroeg erom. Eigen schuld.'
   Ramona wende snikkend haar gezicht van haar vriend af. Ze richtte haar blik weer op haar zoontje, die door de navelstreng nog altijd aan haar verbonden was. Met een geroutineerde knip maakte de verloskundige hieraan een einde.
   'Trek hem kleertjes aan. Ik neem hem mee.'
   De verloskundige knikte gedienstig. Trillend pakte ze het jongetje weer op van Ramona's buik en ging bij een kastje in de hoek van het vertrek aan de slag.
   Ondertussen bleef de man naast Ramona's bed staan. Zijn benauwende aanwezigheid zorgde ervoor dat ze nauwelijks in staat was om adem te halen.
   De indringer zelf leek met de minuut beter gehumeurd te raken. Dat Dirk uitgeschakeld op de grond lag, leek hem zelfverzekerder te maken.
   'Goed gedaan, mevrouw. Mijn dank is groot. U heeft een mooie jongen op de wereld gezet.'
   Met zijn vrije hand streek hij over haar haren. Ramona kromp ineen onder zijn aanraking en begon zachtjes te snikken.
   De blik van de man verschoof naar Dirk, die weinig tekenen van leven meer vertoonde. 'Jammer. Maar u begrijpt dat dit zijn eigen schuld was. Hij liet me geen andere keus.'
   Daarna keek hij geïrriteerd naar de verloskundige.
   'Opschieten. Ik heb niet alle tijd!'
   'Hij is klaar', zei de vrouw zachtjes. Ze hield haar blik op de grond gericht, maar Ramona zag de tranen in haar ogen.
   Het jongetje had het blauw met witte pyjamaatje aan dat Ramona direct nadat ze wist dat ze een zoontje zou krijgen samen met haar moeder voor hem had uitgezocht. Op zijn hoofdje zat het bijpassende witte mutsje.
   Ramona's hart brak. Dit was haar zoontje. Niemand mocht aan hem komen!
   De man grijnsde. Een koude, zieke grijns. 'Mooi. Hier komen!'
   Met één hand griste hij de baby uit de armen van de verloskundige, die een wanhopige blik wisselde met Ramona.
   Met zijn pistool dirigeerde hij de vrouw en de verpleegster naar de badkamer.
   'Sorry dames.'
   Daarna deed hij de deur achter hen dicht. De stoel, waarop Dirk naast Ramona's bed had gezeten, schoof hij ervoor. De leuning paste precies onder de deurklink.
   De man keek tevreden.
   'Nou, dan is het nu tijd om mama dag te zeggen.'
   Opnieuw liep hij naar het bed toe. Haar onschuldige zoontje in zijn ene hand, het vuurwapen nog altijd in zijn andere hand.
   'Zie ik er niet uit als een kersverse vader?'
   'Jij klootzak!'
   Tranen stroomden over Ramona's wangen. 'Dit kun je niet doen!'
   'Jawel hoor. Kijk maar.'
   Hij ritste zijn jas open en stopte de baby eronder.
   De paniek nam nog verder toe. Dit was het moment. Hij ging haar baby meenemen. Dit mocht ze niet laten gebeuren. Ze kon hier niet lijdzaam blijven toezien hoe deze psychopaat haar leven verwoestte.
   Was er iets wat ze kon doen? Tijdrekken! Hopen dat er hulp kwam. Koortsachtig dacht ze na. Maar nadenken leek onder deze omstandigheden vrijwel onmogelijk.
   Onder de jas zette het jongetje het meteen weer op een krijsen.
   De man keek bedachtzaam. Hier had hij kennelijk niet over nagedacht.
   'Jij denkt dat je zo naar buiten kunt lopen?' schamperde Ramona, die ineens een laatste strohalm zag om zich aan vast te grijpen.
    'Ze houden je meteen tegen. Een man met een huilende baby verstopt onder zijn jas is wel heel verdacht. Geef mijn baby nu maar hier. Dan kun jij gewoon weglopen. Alsof er niets is gebeurd.'
   Met een vuile blik keek de man haar aan.
   'Leuk geprobeerd', snauwde hij, terwijl hij zijn jas weer openmaakte.
   Zijn blik dwaalde door de kamer op zoek naar een oplossing. Toen zag hij de maxi cosi in de hoek van de kamer staan. Die hadden zij en Dirk al meegenomen op weg naar het ziekenhuis.
   Vol eerbied had Dirk het lege autostoeltje naar de verloskamer gedragen. 'Straks zit hier ons mannetje in. Onvoorstelbaar toch?' had hij verzucht.
   De realiteit was dat hun zoontje inderdaad in de maxi cosi werd gezet. Maar hij ging niet met zijn ouders mee naar huis. Ramona slikte.
   Terwijl de man naar het autozitje toeliep lichtte er op het kastje naast Ramona's bed iets op. Dirks telefoon. Het geluid stond kennelijk uit.
   Ramona staarde van het toestel naar de rug van de indringer. Toen nam ze razendsnel een beslissing, pakte het mobieltje van het kastje en schoof het half onder het laken van haar bed.
   'Verdomme, hoe werkt dit precies?' gromde de man, die worstelde met de riempjes.
   Ramona drukte op een knopje. Op het scherm lichtte een berichtje op.
   'En? Al geboren? Of ben je soms flauwgevallen? :) Succes'.
   Het was van Dirks beste vriend Bart.
   Ramona keek naar haar vriend op de vloer. Hij lag zo stil en de plas bloed was zo groot dat ze ervan overtuigd was dat hij niet meer leefde. Flauwgevallen? Het leek zo'n misplaatste grap op dit moment.
   Maar ze had nu geen tijd om hierbij stil te staan. Ze bedacht zich geen moment en drukte op beantwoorden. Deze telefoon was haar enige redmiddel. Ze duwde het toestel onder de lakens. Met haar ogen strak op de rug van de indringer gericht, begon ze een bericht terug te typen. Ondertussen dankte ze God op haar blote knieën dat Dirk nog altijd geen smartphone had, maar gewoon een mobieltje met toetsen. Ze had in het verleden zoveel met vriendinnen gesms't dat ze de juiste toetsen feilloos wist te vinden.
   'Bel politie. Gek in verloskamer. Dirk neergeschoten. Help!!!' In slechts een paar seconden had ze het bericht getypt. Ze hoopte dat ze het zonder spelfouten had ingetoetst of dat het bericht althans leesbaar was. Er was geen tijd om het te controleren. Ze drukte op verzenden.
   Weg was het bericht. Precies op dat moment draaide de man zich weer om. Haar zoontje zat nu vastgegespt in het autostoeltje. Ramona hoopte dat haar lichaamstaal niets zou verraden. Hij mocht onder geen beding weten dat ze Dirks mobieltje onder haar lakens had liggen.
   Ondertussen maakte ze zich zorgen over Barts reactie op haar berichtje. Het klonk zo bizar. Zou hij het überhaupt serieus nemen? Ze vroeg zich af wat zij zou doen als iemand haar deze tekst stuurde? Kon dit als een grap worden opgevat? Dat zou Bart zich zeker als eerste afvragen. Hij had niet voor niets gevraagd of Dirk al was flauwgevallen. Het was algemeen bekend dat grote stoere Dirk niet zo goed tegen bloed kon. 
   Maar aan de sms die zij hem nu had gestuurd kon toch niets als grappig worden aangemerkt?
   Opnieuw kwam de man naar haar bed toe. De maxi cosi met haar baby in zijn ene hand, het wapen in de andere.
   Even stopte hij naast het lichaam van Dirk en keek omlaag naar zijn slachtoffer. Dirk lag met zijn gezicht naar de muur. Overal om hem heen lag bloed. Met de punt van zijn zwarte schoen gaf de indringer hem een schop in zijn zij.
   In het bed kromp Ramona in elkaar. Dirk reageerde niet.
   Toen keerde de man zich naar haar toe.
   Intuïtief zakte Ramona dieper in de matras.
   Weer die hysterische grijns. Ze keek in de ogen van een psychopaat.
   'Nu wordt het echt tijd om dag te zeggen. Het was gezellig mama.'
   Hij ging nu echt weg. Ze moest iets doen om te voorkomen dat hij de deur uit zou lopen. Dan zou ze haar kind misschien wel nooit meer terug zien.
   Ze moest hem aan de praat houden.
   'Waarom?'
   Het klonk slechts als zacht gepiep. Ramona schraapte haar keel. Ze herkende haar eigen stem bijna niet.
   De man keek haar slechts geërgerd aan.
   'Waarom doe je dit? Waarom neem je ons kind af? Ik begrijp het niet.'
   Ze hoorde hoe smekend ze klonk.
   Hij keek haar meewarig aan en schudde zijn hoofd. Een hoog hysterisch lachje ontsnapte uit zijn keel.
   'Jullie kind? Je bedoelt zíjn kind?' Met het vuurwapen maakte hij een achteloos gebaar in richting van Dirk.
   'Dit is míjn kind! Die vent van jou is nutteloos. Hij kan zijn vriendin niet eens zwanger maken. Nee, daar was ik voor nodig! Ik heb recht op dit kind. Het is mijn zoon.'
   Met open mond staarde Ramona de man aan. Ineens viel het kwartje. Dit was haar zaaddonor. Dirk was inderdaad onvruchtbaar. Ze hadden gekozen voor een anonieme donor. Iets wat in Nederland niet meer kon, maar in België nog wel.
   Het Belgische accent. De gelijkenissen met Dirk. Op een lijstje hadden ze ingevuld hoe de biologische vader eruit zou moeten zien. Ze hadden gewild dat het kind zoveel mogelijk op Dirk zou lijken. Blond, blauwe ogen, een beetje sproeterig. De indringer paste precies in het plaatje. 
   Langzaam schudde Ramona, tegen beter weten in, haar hoofd.
   De man grijnsde slechts. 'Dit is mijn kind. Ik heb al zoveel stellen geholpen, die nu gelukkig zijn met míjn kinderen. Nu is het mijn beurt.'
   Ramona bleef echter haar hoofd schudden. 'Dit kan niet. Wij hebben een anonieme donor. Je kunt onze gegevens nooit hebben gekregen.'
   De man snoof alleen maar. 'Alles valt te regelen. Anoniem is slechts een woord.'
   Ze keek naar haar zoontje, die nu rustig in de maxi cosi zat.
   Was dit zijn biologische vader? Had zij al die tijd met het kind van dit monster in haar buik rondgelopen?
   Vol afschuw keek ze hem aan.
   Hij keek onbewogen terug.
   'Genoeg gekletst. Jammer. U had beter niets kunnen vragen. Het is niet verstandig om zo nieuwsgierig te zijn.'
   De blik in zijn ogen werd onheilspellend. Hij richtte zich tot de baby in het autostoeltje. 'Helaas. Vergeef me. Ik was van plan om je moeder te sparen. Maar dat gaat niet meer. Ze weet teveel.'
   De hand met het pistool kwam omhoog.
   Ramona week nog verder terug in haar bed. Haar hart knalde bijna via haar keel naar buiten. Haar laatste seconden hadden geslagen. Hij ging haar doodschieten. Net als Dirk. Onder de lakens omklemde ze met haar hand het mobieltje van haar vriend. Had Bart het berichtje gelezen? Had hij er iets mee gedaan? Het toestel had vrijwel continu getrild, maar er was geen moment geweest dat ze het boven de lakens had kunnen halen.
   Een pijnscheut in haar buik benam haar ineens de adem. Ramona kreunde. Het leek alsof de weeën weer op gang kwamen. Toen wist ze het: de placenta moest er nog uit. De moederkoek, die haar zoontje al die maanden had gevoed.
   De man keek verward. Even leek hij niet te begrijpen wat er aan de hand was. Hij liet zijn wapen zakken.
   Het was nu of nooit. Als ze niets deed was ze er geweest. Met alle kracht die ze in zich had, gooide Ramona zichzelf het bed uit, tegen de man aan. Die was hier duidelijk niet op bedacht. Hij vloekte hartgrondig, wankelde en struikelde achterover over het grote lichaam van Dirk. Het wapen viel uit zijn handen en gleed onder het bed. Ook de maxi cosi kwam hard op de vloer terecht. De baby zette het meteen weer op een krijsen.
   Ramona verbeet de pijn in haar buik en graaide al liggend naar de poten van de stoel, die voor de badkamer stond. Met een harde ruk wist ze de stoel onder de deurklink vandaan te trekken.
   'Jij gore trut!' Hij greep haar van achteren bij haar haren vast. Ramona bood geen weerstand meer. Alle kracht leek uit haar lichaam te zijn weggevloeid. Ze voelde alleen nog de krampen in haar buik.
   Op datzelfde moment vlogen er twee deuren open. De verloskundige en de verpleegster stormden de badkamer uit, terwijl twee beveiligers van het ziekenhuis via de andere deur naar binnen kwamen. Razendsnel werd de man overmeesterd.
   De gebeurtenissen volgden elkaar daarna snel op. Binnen de kortste keren stond de verloskamer vol met mensen. Terwijl Dirk werd weggehaald, werd Ramona op het bed getild, waar de placenta slechts seconden later door de verloskundige werd opgevangen. Ramona voelde zich doodmoe. Ze deed haar ogen dicht. Het enige wat ze nog wilde was slapen en vergeten. Langzaam dommelde ze weg, tot er ineens iets op haar borst werd gelegd. Knorrende geluidjes, een warm lijfje. Haar zoon.
   Ze deed haar ogen weer open. Een golf van liefde overspoelde haar. Haar mannetje. Ze kuste zijn hoofdje en zijn kleine vingertjes. 'Ik hou van je, kleine Dirk.'