Exotisch Apiapaati - Fantastische jungletoer door Boven-Suriname

door Marjolein van der Gaag
Geen druk autoverkeer of uitlaatgassen. Alleen zo nu en dan de motor van een korjaal, die de natuurlijke stilte onderbreekt. Een stilte bestaande uit de ruis van het wildstromende water van de rivier, dat zich een weg om het piepkleine eilandje baant. We bevinden ons op Apiapaati, tegenover het dorp Gran Slee, op drie uur varen vanaf Atjoni.
 
Beheerder Papada van Apiapaati komt ons hoogstpersoonlijk ophalen bij Atjoni. Na wat proviand te hebben ingeslagen, gaan we gezamenlijk aan boord. Drie uur duurt de tocht over de Surinamerivier, en dat is geen minuut te lang. De schitterende natuur houdt ons in zijn greep. De immense kankantrie-bomen toornen als ware meesters over het oerwoud. Plotseling is er commotie aan boord, en Papada stuurt zijn zelfgemaakte korjaal naar de kant. We zien een kaaiman wegschieten. Het voelt spannend: toch anders dan in de Paramaribo Zoo… 
Op Apiapaati, gelegen in het Boven-Surinamegebied, maken we kennis met Teda, één van de vrouwen van Papada met wie hij het eiland beheert. We inspecteren ons onderkomen voor de komende drie nachten en dat bevalt. Natuurlijk is het geen luxe hotel; we zijn in de jungle. Maar we hebben mooie houten hutjes, met een redelijk bed. Terwijl wij na de lange reis een verfrissende duik in de rivier nemen, gaat onze gids Frits aan de slag in de keuken. En Frits kan koken, zo blijkt als we ons even later hongerig op de moks' alesi storten.
 
FEEST
De volgende ochtend gaan we na een stevig ontbijt en een wasbeurt in de rivier op pad. Papada zet ons af bij het dorpje aan de overkant van het eilandje. We maken een wandeling die zal eindigen bij de watervallen. Frits geeft ons uitleg over de dorpsgewoonten; de bladerenpoort waar vrouwen in hun menstruatieperiode niet onderdoor mogen lopen, en de heilige plaatsen die ieder dorpje heeft. De bewoners zijn vriendelijk. Velen proberen een praatje aan te knopen. Maar de meesten van ons komen niet verder dan 'weki no?' ofwel goedemorgen in het Saramaccaans. 
Dan komen we in een dorp, waar onlangs iemand is overleden. Zeven dagen lang wordt er feest gevierd. We worden uitgenodigd die avond terug te komen om mee te dansen ter ere van de overledene.
 
KRUKKEN
We gaan verder, kopen in een winkeltje nog een paar djogoŽs en komen uiteindelijk aan bij de watervallen. Vrouwen zijn er aan het wassen en kinderen aan het spelen. Ze rennen met gemak het onstuimige water in. Dat moeten wij ook kunnen. 
Maar dat valt tegen. De stenen zijn glad en onder water zitten scherpe punten. Olaf, die achter een jongetje het water in rent, moet zijn actie bekopen met een flinke jaap in zijn hiel. De pret is over.
Gelukkig komt Papada snel met zijn boot en blijkt de medische zendingspost dichtbij te zijn. Vijf hechtingen en een tetanusprik rijker kan Olaf even later hinkend weer mee terug naar Apiapaati. Daar laat onze gids Frits zien dat hij niet alleen goed kan koken, maar ook handig is. Binnen de kortste keren heeft hij geschikte boomtakken gevonden en zet twee krukken in elkaar. Het feest vanavond kan zo ook voor Olaf toch nog doorgaan.
 
TARANTULA
Als we onze buiken weer vol hebben, is er plotseling consternatie. Papada wijst ons op een levensechte Tarantula die op het tafeltje naast onze eettafel zit. Vermoedelijk is hij uit het dak komen vallen. Het is spannend, maar de schrik zit er ook een beetje in. Altijd gedacht dat een beet van een Tarantula dodelijk is, maar Frits stelt ons gerust. Gebeten worden is niet prettig, maar ook niet dodelijk. Weer wat geleerd. 
Inzal, die als stagiair mee is met Frits, weet wel wat hij met de vogelspin moet doen. Hij zorgt dat de Tarantula op een stuk hout klimt en zet hem netjes tussen de bomen aan de rand van het eiland neer. Gelukkig ligt ons hutje een heel stuk verder weg, want ik wil de spin toch liever niet in mijn bed tegenkomen.
 
HUWELIJKSAANZOEK
Het is tijd geworden om naar het rouwfeest te gaan. We pakken twee flessen whisky in en stappen op de boot. De muziek is opzwepend en al snel dansen Inzal, Michiel en Nick mee met de bewoners. Vooral Nick kent zŽn moves en de vrouwen in de dorpen zijn zeer gecharmeerd van de jongeman. Voordat we over twee dagen later weer zullen vertrekken, zal hij meer dan vijf huwelijksaanzoeken krijgen. 
De volgende dag staat een jungletocht naar de Ananasberg op het programma. We zetten Olaf voor een controle af bij de medische zendingspost en gaan met de rest op pad. Het is warm tussen de dichte begroeiing en het zweet druipt van onze lichamen. Onderweg wijzen Frits en Inzal ons op bijzondere bomen, planten en mooie vlinders, en worden we gewaarschuwd voor gemeen bijtende mieren. In de verte horen we apen roepen, maar ze laten zich niet zien.
 
REGENBOOGBOA
Na zoŽn anderhalf uur bereiken we de top van de Ananasberg, waarbij aangetekend moet worden dat dit niet de officiële Ananasberg is. Die ligt nog een stukje zuidelijker maar is volgens Frits aanzienlijk minder interessant, omdat deze top volledig is begroeid. Waar we nu op staan, is een stenen vlakte, vermoedelijk in een ver verleden gevormd door een vulkanische uitbarsting. Op de berg groeien de ananassen in het wild en daar doen wij ons dan ook aan tegoed. 
De terugweg gaat sneller. Als we bijna het bos uit zijn, mopper ik wat over dat we helaas geen slangen hebben gezien. Prompt is het zover. Inzal, die achteraan loopt, heeft zijn ogen het beste open. Hij roept ons terug en links van het pad zien we hem liggen. Helemaal beschut in het hoge gras ligt een schitterende Regenboogboa. Inzal grijpt de wurgslang bij zijn staart, maar laat uit veiligheid vrijwel direct weer los omdat hij zijn kop niet ziet. Het dier schiet weg. Nog een keer doen Frits en Inzal een poging, nu met een stok, om de slang te pakken. Maar die houdt het voor gezien.
 
JAGUAR
We komen terug bij het dorpje. Een jongeman wenkt ons. Hij wil ons iets laten zien. Trots haalt hij een tand van een Jaguar tevoorschijn. Inzal vraagt hem of hij het dier zelf heeft geschoten, waarop de man knikt. Hoofdschuddend geeft Inzal de tand terug en trekt fel van leer: de Jaguar is met uitsterven bedreigd, die schiet je niet! 
In het dorpje brengen we een bezoekje aan Frits' schoonmoeder, ook een vrouw van Papada. Ze heeft rijst voor ons klaargemaakt met een vers gevangen piranha. We eten onze vingers er bijna bij op. En na nog een huwelijksaanzoek voor Nick, varen we weer terug naar Apiapaati.
 
Als we de volgende dag weer vertrekken naar Atjoni, is iedereen goed gehumeurd. We zijn een schitterende ervaring rijker. Hobbelend in de bus terug naar de stad, verlang ik enigszins naar een asfaltweg. Die zal er als het goed is ook gaan komen. Maar wat voor gevolgen gaat dat hebben voor het mooie ongerepte binnenland? Hopelijk blijft dat nog vele eeuwen zoals het nu is
 
De Ware tijd, 15 juli 2010