Goudkoorts bedreigt tropisch regenwoud

Goud of zuurstof? Het klinkt als een bizarre keuze, maar eentje die in de toekomst werkelijkheid dreigt te worden. In Suriname, één van de bosrijkste landen ter wereld, is een ware run gaande op het gele edelmetaal. En om aan goud te komen, moet het oerwoud wijken. Reden voor het Wereld Natuur Fonds om aan de bel te trekken en aandacht te vragen voor deze dreigende natuurramp.


"Over 10 jaar 30 procent Surinaamse jungle verdwenen”

door Marjolein van der Gaag

PARAMARIBO, zaterdag
"Hoor je dat?” We houden stil. Na een kanotocht over het Afobakka stuwmeer zijn we net begonnen aan een wandeling door het tropische regenwoud van Suriname. Het zijn geen apen of tropische vogels die we in de verte horen, maar het doffe regelmatige geluid van machines. Het besef dringt direct door: goudzoekers. En dat in het natuurreservaat. Onze gids Michel schudt zijn hoofd. Hij vindt het niet verstandig om door te lopen. Dat kan zelfs ronduit gevaarlijk zijn. Goudzoekers die hier illegaal aan het werk zijn, hebben geen zin in pottenkijkers. En dus keren we om, beseffend dat er snel maatregelen nodig zijn om het binnenland van Suriname van de ondergang te redden. 

Goud. Suriname ligt er vol mee. Maar juist deze grootste natuurlijke rijkdom van het land vormt tegelijkertijd de grootste bedreiging voor onze voormalige kolonie. De exorbitante stijging van de goudprijs heeft geleid tot een extreme goudkoorts. Een enkel grammetje goud levert in Paramaribo al 35 US Dollar op. Steeds meer mensen gaan dan ook gewapend met een graafmachine en een was- en zeefconstructie hun geluk beproeven in het Surinaamse binnenland. Want wie daar een heel klompje van het gele edelmetaal vindt, is zeker naar Surinaamse maatstaven de koning te rijk.
 
De keerzijde van dit alles is dat de immense jungle van het Zuid-Amerikaanse land ernstig wordt bedreigd. Nu bestaat Suriname, als een van de weinige landen ter wereld, nog voor ruim 75 procent uit bos. Wordt er echter niet ingegrepen, dan is over 10 jaar 30 procent van het oerwoud verdwenen. Dat voorspelt Cyril Eersteling, dé Surinaamse mijnbouwexpert tegen wil en dank.
 
Al jaren ziet Eersteling met lede ogen toe hoe het Surinaamse binnenland langzaam ten ondergaat aan de mijnbouw. Het verdriet begon in de jaren zestig van de vorige eeuw toen het dorp Koffiekamp, waar Eersteling is geboren en getogen, door de regering werd opgeofferd voor de bouw van de Afobakka stuwdam. Voor het opwekken van elektriciteit werd een gebied zo groot als de provincie Utrecht, waarin ook Koffiekamp lag, volledig onder water gezet. De bewoners van het dorp moesten maar elders een nieuwe woongemeenschap gaan stichten en zo ontstond het dorp Nieuw Koffiekamp.
 
Maar hiermee kwam er geen einde aan de ellende voor de bewoners. Zo besloot de overheid om voor "een appel en een ei” grote delen van het goudrijke binnenland te "verpatsen” aan het Canadese mijnbouwbedrijf IamGold. Dit omdat Suriname zelf niet over voldoende middelen en kennis beschikte om de goudwinning in eigen hand te nemen. En midden in zo´n concessiegebied ligt, jawel, Nieuw Koffiekamp. 
 
Hoewel IamGold het dorp respecteert en ook weinig onderneemt tegen de goudzoekers die illegaal in het uitgestrekte gebied hun geluk beproeven, neemt de leefbaarheid voor de Koffiekampers met de dag af. Zo begint de omgeving rond het dorp steeds meer op een grote bouwput te lijken. Hectares jungle worden gekapt, waarna graafmachines hun werk gaan doen. 
 
Illegale goudzoekers slaan er, bewapend tegen indringers, hele tentenkampen op en vertrekken pas weer als de grond leeg is. Na deze vernietigende werkzaamheden, waarbij ook nog vaak vervuilend kwik wordt gebruikt om het goud gemakkelijker te traceren, wordt een gebied gewoon aan zijn lot overgelaten.
 
Tot 2010 is zo´n 15.000 hectare voormalig oerwoud op zo´n manier achtergelaten. "En dat gebied wordt de stijgende goudprijs in rap tempo groter en groter. Werkelijk niemand kijkt er meer naar om”, vertelt Eersteling hoofdschuddend. "Ooit is met IamGold wel de afspraak gemaakt dat ze de gebieden waar ze aan goudwinning doen, moeten rehabiliteren. Maar over het hoe of wat is nooit iets concreets op papier gezet. Tot op heden is er dan ook niets aan gedaan. Dat moet veranderen. Regulering is hard nodig. De regering, maar ook organisaties als het Wereld Natuur Fonds moeten zich daar hard voor gaan maken.”
 
Hij beseft echter dat het lastig is. "Het goud lonkt naar iedereen. Niemand bedenkt hier om een andere business op te zetten. Je zou wel gek zijn. Ook de jeugd van ons dorp is alleen maar met goud bezig. Zeker de jongens, die gaan liever goud zoeken dan dat ze met school bezig zijn. Auto´s, mooie kleding en schoenen, dat spreekt ze aan, niet die lesboeken. En als ze iets hebben gevonden, dan vertrekken jongens van 13 of 14 gewoon zelf met een paar gram goud naar de stad om te onderhandelen.”
 
De extreme goudprijs heeft zelfs in Nederland wonende Surinamers wakker geschud. Zo ook Roberto Rustenburg. De 32-jarige Amsterdammer toog in november naar de Brokopondoregio in Suriname om te kijken naar de mogelijkheden in de goudwinning. Na drie weken werken had hij zijn investeringen er al uit. "Maar het blijft natuurlijk geluk hebben”, grijnst hij met een klein klompje goud in zijn handen.  "Iedereen hoopt dat hij ineens een kilootje ziet. Maar voor hetzelfde geld vind je wekenlang bijna niets.”
 
Dat hun zoektocht naar rijkdom een ramp betekent voor het oerwoud, deert de goudzoekers niet. Zij halen hun schouders op bij alle commotie en wijzen op de uitgestrektheid van het tropische regenwoud. 
Een reactie, die niet heel verbazingwekkend is. Want zeker vanuit de lucht gezien lijkt er, ondanks de kraters die de goudzoekers inmiddels in het oerwoud hebben geslagen, geen einde te komen aan de Surinaamse "broccoli”. 
 
Een land als Brazilië laat echter zien dat een oerwoud in een razend tempo kan slinken. Want hoewel het grote buurland van Suriname nog over miljoenen hectares jungle beschikt, verdwijnt hiervan jaarlijks meer dan een procent. 
 
Wereldwijd neemt het bos ieder jaar met maar liefst 13 miljoen hectare af. Iets, waar niet alleen het WNF zich grote zorgen over maakt, maar ook de Verenigde Naties. In de hoop zoveel mogelijk van de nog bijna 4000 miljoen hectare bos waaruit de aarde nu nog bestaat te redden, hebben de VN het jaar 2011 uitgeroepen tot Het Internationale Jaar van de Bossen. 
 
Want bossen en wouden vormen de longen van de aarde. Zonder bos is er geen leven mogelijk. En wat heb je dan nog aan al dat goud?

De Telegraaf, 8 januari 2011